Straatjungle
Sinds de tijd dat ik als jongen opgroeide en veel buitenshuis vertoefde omdat ik daarvan hield leek ik overgeleverd te zijn aan de wolven van de straat. Alert, behendig en snel moest ik zijn om uit de klauwen te blijven van het bloeddorstig geweld van de straatterroristen.
Als beesten vielen hun hongerige blikken op mij en leken ze mij als een gewillig en smakelijk prooi te beschouwen. Kennelijk viel ik in de smaak van de ongetemde en hondsbrutale generatiegenoten van de straat die me bijna dagelijks continu uitdaagden of me wilden verleiden om mij mijn beheersing te laten verliezen...
Althans zo kwam het op mij over en vaak werd ik erdoor uit mijn balans gehaald en liet ik me provoceren of in een hoek drijven wat dan weer uitmondde in veel ruzie tot zelfs handgemeen.
Talloze littekens heb ik eraan overgehouden omdat ik nu eenmaal iemand was die niet graag met zich liet spotten en dus regelmatig met de treiteraars op de vuist moest gaan om ze letterlijk van zich af te houden.Maar ook rake klappen kreeg te incasseren of zelfs bebloed thuiskwam.
Nee, een plezierige tijd was dat zeker niet ondanks dat ik soms geneigd ben om met weemoed terug te kijken naar vroeger. Toegegeven, ik ben, wat dat betreft, getekend door een pijnlijk verleden en kan slechts hopen dat het ooit vervaagt tot een grijze herinnering en ongrijpbaar of ontastbaar zal worden voor mezelf. Immers vergeten zal ik het nooit kunnen omdat de levenslange littekens op mijn lichaam en geest staan gemerkt of gegrift, zelfs zich voorgoed hebben genesteld.
Wellicht als kinderen uit mijn eigen jeugd die met een fotografisch geheugen evenzeer worden gekoesterd bij tijd en wijle door mijzelf……als blijvende herinneringen.
Natuurlijk is de echte pijn voorgoed verdwenen en ondervind ik daar nu verder geen traumatische gevolgen van. En daarom dat ik daar nu zo gemakkelijk over kan praten en schrijven. Het kost mij geen enkele moeite om te graven in de allesbehalve pijnloze ervaringen en de smetten zichtbaar te maken uit mijn jeugd.
De pen is in deze als een feilloos mes van de chirurg die ongenadig snijdt en verwijderd om de wond te genezen.
Zo vergaat het mij nu als ik erover schrijf en zorgvuldig poog ik de juiste woorden te vinden die als gereedschap dienen om mijn aangetaste lichaam en geest te herstellen van de schade en schande. Echter, het zou te ver voeren om te stellen dat het zo simpel en koel beredenerend een koud kunstje is om de wonden uit het verleden eventjes te helen.
Volgens de psychologie heet het geloof ik, als zoiets een plaats geven om verder te kunnen met jouw leven. Doch zij die in deze met soortgelijke ervaringen te maken hebben gehad en dus lotgenoten zijn zullen het beamen. Heb je het onmogelijk geluk, dan gaat dat zeker lukken maar als het tegenzit dan loopt men vast en verankeren de wonden zich als trauma’s in het lichaam en geest die zich niet snel meer zullen laten verdrijven.
En kunnen goedbedoelde pogingen slechts falen door het onwil dat zich meester heeft gemaakt van de slachtoffer met de meest onplezierige ervaringen.
Vaak is het zo, omdat men gekrenkt is in de eigen trots en eergevoel of zich zo vernederd heeft gevoeld, dat men niet in staat is de schaamte en schade te overwinnen of opzij te schuiven. Degene wil er niet over praten, laat staan eraan herinnerd te worden, waardoor men er nooit over heen zal kunnen komen.
De pijn wordt dan een trauma en beschermd of gekoesterd alsof het gaat om een kostbaar bezit. Alsof het zogezegd gaat om een eigen kind dat men tegen een boze wereld wil beschermen. Alleen, de boze wereld is de eigen onmacht en onwil om de pijnlijke ervaring uit te bannen door het te erkennen en het te leren verwerken zodat het een acceptabele plaats heeft gekregen binnen het eigen geheugen.
Inderdaad gaat eerlijkheid in dit geval ook gepaard met erkenning van eigen zwakheid en teleurstelling over het eigen gevoel dat het met zich meebrengt.
Men ziet als het ware in de spiegel hoe zwak men is geweest of hoe men gefaald heeft doordat men iets is overkomen wat de eigenwaarde ernstig heeft beschadigd of aangetast.
Als tegenreactie kijkt men dan weg om het niet te willen zien omdat het te pijnlijk is om tot die erkenning te komen.
Zoveel houdt men van zichzelf en het ideaalbeeld dat men van zichzelf in stand wil houden en van het kind zijn, het onschuld, dat men niet wil verliezen.
Zie hier, de tegenstelling of tegenspraak, die geboren wordt vanuit een dwangmatigheid of zo u wilt, als een ongewenste zwangerschap, maar toch geaccepteerd dient worden.
Hoe complex en in tegenspraak kan een mens zijn zo door het leven te blijven gaan omdat men koppig vast wil houden aan een ideaalbeeld van zichzelf.
En hoe tragisch men daarmee de waarheid van een eigen eerlijke toekomst blokkeert en niet in wil zien….
Totdat men wellicht het licht gaat zien aan het eind van de lange donkere tunnel en, de hemel zij geprezen, tot besef of inkeer komt. Gezegend is degene die na een lange weg daar op uitkomt en tenslotte toch zichzelf weet te hervinden om verder het leven te kunnen vervolgen. Desondanks en met acceptatie van het pijnlijk verleden die als kinderen deel zullen blijven uitmaken van een niet meer uit te wissen geschiedenis.
En inderdaad dat is wat ik bedoel met, als kinderen die zichzelf voorgoed hebben genesteld.
Nooit zal ik ze ooit nog verliezen of kwijtraken omdat ze zelfs zichtbaar een deel van mij zijn geworden als littekens.
Symbolen van herinnering als een schat aan ervaring en als bewijs van de waarheid over mezelf en al degenen die daar mede verantwoordelijk zijn voor geweest of het mede hebben aangericht..
En nu? Wat nu?
Godzijdank zijn de daden verjaard en tellen nu niet meer in de beoordeling van hen, maar ik zal niet ontkennen dat hun namen net zo gegrift staan in mijn geheugen als de littekens.
En gelukkig maken ze allang geen deel meer uit van mijn tegenwoordig leven omdat ik ze uitgebannen heb. Rancuneus wil ik niet zijn, maar dat ik hen nog ooit in mijn leven toelaat is niet meer mogelijk.
Tenzij, zij tenslotte tot inkeer of berouw zullen komen en met welgemeende excuses zullen komen. In dat geval zal ik me altijd vergevingsgezind tonen.
Echter, tot nu toe heb ik van geen een van hen waar ik hier boven op doel enig woord of daad van spijt vernomen.
Men verkeert mogelijk nog steeds in de wetenschap dat het enkel mijn eigen schuld is geweest. Om maar over zondebokken te zwijgen….
Dan zij het zo en zal ik verder geen woorden aan vuil maken omdat het mij te veel eer is zielig te zijn of te bedelen om alsnog genoegdoening.
Het gaat ons allen goed, is mijn wens die ik hierbij uit wil spreken, in de hoop dat het uiteindelijk ons aller lot zal mogen zijn, door de rijkdom aan ervaringen van de straat.
Bij de prijs van de straatjungle inbegrepen en deel uitmakend van het proces van oud en volwassen worden zoals het betaamt zullen we maar zeggen..
Misschien zelfs hoort het bij de weelde van de hardheid van een menselijk leven die iedereen van ons, niemand uitgezonderd, moet ondervinden.
Maar tevens dat genade of vergeving niet voorkomt in de vocabulaire van de straatjungle, waar mensen als wilde dieren elkaar aanvallen en pijnigen om te overleven. En waar de zwakkeren onder ons altijd het onderspit moeten delven omdat het recht van de sterkste een wet is.
Echter, mijn wapen tussen al het bruut geweld was de slimheid zelve….
Mijn gedachten, in het heetst van de strijd en bij menige aanslag op mijn lijf, leden, geest en ziel, waren als mijn schild. En gedecodeerd in woorden die ik uitsprak tot zelfs soms uitschreeuwde waren als giftige pijlen op de aanvallers…..
Zo wist ik uiteindelijk toch op een geweldloze wijze, vanuit pure zelfverdediging, de straatjungle te overleven.
De wijsheid die het opleverde is onoverwinnelijk en heeft mij tenslotte behoed voor een vroegtijdige afgang en ondergang.
Was David in zijn gevecht tegen de reus Goliath die een sterkere vechter is bij voorbaat kansloos en afgeschreven? Zonder zijn slimheid had David het nooit kunnen overleven…
In die tijd ook al een keiharde wet om de jungle en de bergen te overleven omdat er altijd vijanden en zelfs hongerige leeuwen op de loer liggen.
De jager en de prooi zijn altijd de spelers in het veld of de arena van de straatjungle en de vraag is wie zal overleven wie zal slachtoffer zijn.
En het publiek wil bloed zien of wil genieten van het gevecht ter overleving.
Zo steekt de mensheid sinds de verre oudheid in elkaar en nog eerder waren de kannibalen de heersers van de ongeplaveide straatjungle…..
In zo’n tijd te moeten leven is er gewoon voor te zorgen niet door de ander te worden opgegeten als een smakelijk vleesgerecht.
De straatjungle was toen nog niet tot beschaving gekomen ( asfalt bestond toen nog niet ) en wetten ter algemeen nut moesten nog bedacht worden door de mens.
Nu worden we omringd door wetten en regels of worden we geacht beschaafd te zijn en elkaar te respecteren.
Zeg eens eerlijk, is sindsdien de straatjungle opgehouden te bestaan en is de samenleving veiliger geworden voor de eenling die de rest moet overleven?
Niettemin moge het ons nu , de zwakkeren en de sterken van de straatjungle, helpen om de wereld in een ander perspectief te gaan zien. Dat we idealistisch mogen zijn in ons denken en handelen in de jungle van het harde straatleven om elkaar te overleven.
Soms zelfs lief te hebben degene die we niet eens kennen bij naam of van gezicht maar vanuit ons medemenselijk gevoel kunnen bejegenen. Wat kost het ons om momenten van kwetsbaarheid met elkaar te delen nu we dezelfde straat en een zelfde wereld met elkaar delen? Ja, want zelfs ik, die ooit als straatvoetballer werd ontdekt door een Ajax- scout, maar niet naar de Ajax voetbalschool mocht van mijn ouders, heeft ook de schoonheid en tegelijk wreedheid van de straatjungle ontdekt.
En met de zekere wetenschap dat alles is te overwinnen, ja elke teleurstelling en zelfs pijnlijk verleden. Een jeugdgeheim ontsluiert zich tenslotte…...
terug